//essay 1.0.0
failliet van het concept
het concept
Een collega verlaat in tranen de kamer, de mogelijk toekomstige opdrachtgevers zijn met stomheid geslagen. Don Draper heeft net zijn presentatie afgerond voor de nieuwe Kodak-projector in ‘The Wheel’, een aflevering in het eerste seizoen van Mad Men over reclamebureau Sterling Cooper in het New York van de jaren ’60 1. Draper, gespeeld door Jon Hamm, is de ster van het bureau en pitched de naam ‘Carousel’ voor voor Kodaks schijfvormige projector. Een presentatie geven zoals die van Draper is een droom voor menig ontwerper. Een droom die heroverwogen moet worden.
Traditionele ontwerpoplossingen in stedelijke ontwikkeling bieden geen antwoord meer op hedendaagse opgaves. Daarom moet, bovenal, eerst het woord ‘concept’ nader beschouwd worden. Het woord wordt op verschillende manieren toegepast. Het staat op producten, om verwijderd te worden nadat het product de definitieve status heeft bereikt. Het concept verwijst in dit geval naar de voorlopige versie. In sommige ontwerpvelden wordt het woord gebruikt voor de eerste fysieke manifestatie van het ontwerp, een conceptauto bijvoorbeeld. Het is een prototype, klaar voor massaproductie. En dan is er ‘conceptuele architectuur’, waarbij ‘het concept’ weer een andere definitie krijgt. In filosofische of Platonische zin kan ‘concept’ worden gezien als een algemeen begrip of idee, een archetype. In die zin kan zelfs een woord zelf als een concept worden beschouwd.
Het concept is zeer nuttig gebleken. Want ja, hoe zou een wereld zonder woorden eruitzien? Het heeft geholpen om ideeën van de ene persoon naar de andere over te brengen. Tegenwoordig wordt echter bijna alles verconceptualiseerd: van gezichtsuitdrukkingen tot voedsel, van online persona tot het nachtleven, en zelfs hele landschappen. Voeg er een hashtag aan toe, post het, en mensen weten meteen wat de bedoeling is. Het gaat voorbij aan het archetype, het is geladen.
het concept in verval
Hoe nuttig ook, het concept is aan inflatie onderhevig. Hoe zou een wereld zonder woorden eruitzien? Wat blijkt, een woordloze wereld is erg interessant. Neuroanatoom Jill Bolte Taylor verloor na een beroerte haar woordenschat 2. Toen ze haar spraakvermogen terugkreeg, vertelde ze dat ze de wereld op een heel andere manier had beleefd. Een simpele zonnestraal of briesje werd een zeer intense ervaring. Het maakte een diepe indruk op de wetenschapper. Gevraagd in welke toestand ze liever zou verkeren – met of zonder woorden – kan ze niet kiezen welke toestand haar voorkeur heeft 3.
De enig mogelijke conclusie bij de beschrijving van een woord, hoe zorgvuldig ook geformuleerd, is dat deze gebrekkig is. Wijlen natuurkundige David Bohm spoorde mensen aan om aandacht te besteden aan hun denken voordat ze in dialoog gaan. Kies een woord, en jouw opvatting erover zal heel anders zijn dan die van een ander 4 5. Persoonlijk gedachtes zijn niet noodzakelijker wijs waar. Descartes concludeerde ooit ‘Cogito ergo sum’ ofwel ‘ik denk dus ik ben’. Zijn conclusie was niet ‘ik denk dus ik heb gelijk’.
David Bohm over dialoog en denken
Pogingen van de mens om de levende wereld in concepten te vangen slaan steeds weer de plank mis. Ze hebben een nogal amusante geschiedenis, zoals treffend beschreven door Carol Kaesuk Yoon. Aristoteles begon met het categoriseren van de natuur, en veel later begon Linnaeus planten te benoemen. Darwin concludeerde vervolgens dat de levende wereld niet in een vaste toestand verkeert. Met de opkomst van de computer werden dieren opnieuw gecategoriseerd, wat onzinnig bleek toen genetica werd ontdekt 6.
Uit recente ontdekkingen blijkt dat de dynamiek van genen heel anders is dan aanvankelijk werd gedacht. Het Human Genome Project blijkt achteraf een nutteloze exercitie te zijn geweest 7. Filosoof Koert van Mensvoort stelt op provocatieve wijze dat het steeds moeilijker is om de concepten natuur en technologie van elkaar te onderscheiden, met onder meer CRISPR-cas en de Markerwadden als sterke voorbeelden 8.
Het blijkt vaak moeilijk om een concept los te laten, zelfs als het bewezen onjuist is. Hoe reageren je hersenen op de conclusie dat vissen niet bestaan? Wetenschappers zijn het er over eens dat de categorie ‘vis’ niet correct is 9. Zoogdieren, reptielen, insecten en amfibieën zijn op zich juiste categoriën. ‘Vis’ echter niet. Uit genetisch onderzoek blijkt dat longvissen nauwer verwant zijn aan de koe dan aan zalm 7.
Kate Raworth heeft op haar beurt geconcludeerd dat economieboeken, onder andere, geen economische waarde toekennen aan een ouder die een kind opvoedt 10. Welke werkgever neemt nou iemand aan die niet goed is opgevoed? De aanname in economische theorieën dat een mens een rationeel wezen is dat zijn geld op de meest verstandige manier zal besteden, is eveneens een gebrekkig concept gebleken, zoals is bewezen door de uitgebreide studies van Daniel Kahneman 11.
De kwantumtheorie, de theorie die probeert te begrijpen hoe het universum werkt, maakt helemáál gehakt van het concept. Dingen kunnen tegelijkertijd in twee tegengestelde toestanden verkeren, zijn verstrengeld ook al ver van elkaar verwijderd, en zijn zowel een deeltje als een golf. De kwantumtheorie dwingt wetenschappers om bestaande concepten los te laten en kan nauwelijks zelf een concept worden genoemd; het is een compleet andere manier van denken. Zoals natuurkundige Robbert Dijkgraaf aangeeft: wie beweert de kwantumtheorie te begrijpen, begrijpt de kwantumtheorie niet. Het biedt slechts een hoger niveau van verwarring 12.
lichaamstaal
Sir Ken Robinson wees er in 2006 op dat het hele onderwijssysteem gericht is op de ontwikkeling van slechts één kant van de hersenen. Het systeem lijkt als enig doel te hebben academici af te leveren die hun lichaam enkel gebruiken om hun hoofd, volgepropt met concepten, van de ene meeting naar de andere te verplaatsen. Gillian Lynne vertelde Robinson dat ze als jong meisje niet goed presteerde op school; ze kon nauwelijks stilzitten. Na onderzoek concludeerde de arts dat ze een danseres was en werden haar ouders geadviseerd om haar naar een dansschool te sturen. Eenmaal op die school beland, bevond Lynne zich in een wereld vol mensen zoals zij. Ze werd een beroemde danseres, choreograaf en lerares 13.
Plato heeft de basis gelegd voor de hedendaagse academische structuur. Robinson wijst erop dat pas in de 20e eeuw drama, dans, kunst en muziek werden toegevoegd aan de academische structuur. Ze staan nog steeds onder wiskunde en de talen. De ironie wil dat Plato de beheersing van dans als het belangrijkste onderdeel van de persoonlijke ontwikkeling beschouwde. Dans, zo vond hij, was de enige uiting die alle vermogens aansprak: spiritueel, intellectueel en fysiek. Kreeg men dans niet onder de knie, dan werd die persoon uitgemaakt als ‘dansloze’.
Dans werd gebruikt om inzicht te verkrijgen in de Kosmos. ‘Mousike’ was de kunst van de Muzen, inclusief zang, poëzie, drama, declamatie en instrumentale muziek; de oude Grieken maakten daar geen onderscheid in. Toch werd het geen onderdeel van de academische structuur. Wellicht omdat het moeilijk is om op te schrijven hoe je moet dansen. ‘Arete’, de veelzijdige beheersing van stijl, excellentie en prestaties, werd gevierd tijdens nationale festivals zoals die van Olympia en Pythia 14.
Uit onderzoek van Mehrabian en Ferris, gepubliceerd in 1967, bleek dat minder dan 10% van de communicatie verbaal is, meer dan 50% is lichaamstaal. Toon, volume en dergelijke doen de rest 15. Hoewel de bevindingen genuanceerd moeten worden en vaak verkeerd zijn geïnterpreteerd, de percentages variëren per situatie en cultuur, is de belangrijkste les dat woorden slechts een klein deel van onze communicatie uitmaken. Het wordt door zo’n beetje elke film bewezen. Scènes met John Krasinski en Bradley Cooper in de film ‘Aloha’ illustreren dit op hilarische wijze 16.
Nonverbale communicatie, een scene uit de film 'aloha' (2015)
de toepassing van het concept
Concepten spelen een steeds grotere rol in het dagelijks leven. Een baan moet tegenwoordig een carrière zijn. Een moeder die thuisblijft, wordt verconceptualiseerd tot ‘trad wife’. Een ontmoeting krijgt een andere lading als het als een date wordt bestempeld. Een projector wordt een carrousel. Of het nu een agenda, verwachtingen, instructies, verbeelding of een theorie is: concepten zitten er vol mee en creëren grotere ideeën in ons hoofd, voorbij het Platonische. Het verandert onze opvatting, wat leidt tot de Kantiaanse conclusie dat we het ‘ding op zichzelf’ (‘das Ding an sich’) niet meer kunnen waarnemen. Of, zoals schrijver Amanda Hess het treffend verwoord bij haar verslag over de tanende trad-wife beweging, vrouwen wordt ‘een droom verkocht’ dat in de praktijk een mentaal corset blijkt te zijn en niet overeenkomt met de werkelijkheid 17.
Het concept was bijzonder nuttig in de 20e-eeuwse economie. Draper conceptualiseert de projector met het woord ‘Carousel’. Daar kan Kodak vervolgens een campagne omheen bouwen en hun massa geproduceerde projectoren mee gaan verkopen. Via een scala aan media worden mensen tegenwoordig overspoeld met producten die om aandacht schreeuwen. Schrijver Paul Hawken schat in dat een gemiddelde westerling nauwelijks tien wilde bloemen herkent, maar wel zo’n duizend logo’s en merken kan onderscheiden 18. Van Mensvoort wijst op de ironie dat veel logo’s dieren of planten gebruiken 6. Hij nodigt zijn lezers uit om zich heen te kijken en dergelijke logo’s te spotten.
Het ene gebrekkige concept na het andere wordt verspreid via reclames en sociale media. Daarbij worden bevindingen en trucjes uit het onderzoek van Kahneman gretig toegepast en worden zelden nadelige effecten op gezondheid en omgeving genoemd. Met ‘caveat emptor’ (koop op eigen risico) schijnbaar als leidraad. Een opvatting die op de belangrijke effectenbeurzen wordt gebruikt en betekent dat de koper zelf verantwoordelijk is om uit te zoeken hoe gebrekkig een product is voordat hij het koopt. Als blijkt dat je rommel hebt gekocht, is het je eigen schuld, die van de koper. Soortgelijke conclusies kunnen worden getrokken over politiek in post-truth tijdperk 19. Het concept wordt vaak ronduit een leugen, het vergroot de behoefte aan een post-concept tijdperk. Zeker in een wereld, met al haar vormen van intelligentie, waar de kunstmatige rap breed beschikbaar is.
Het concept is een ongrijpbaar fenomeen, als ware het een nummer waar je op meezingt zonder de tekst echt te begrijpen. Het is pakkend, makkelijk te onthouden, maar krijgt een andere lading wanneer de tekst ontleed wordt. Het komt zelden overeen met de indruk die je van een nummer nadat je het een tijdje hebt mee geneuried. Misschien kun je voor jezelf wel zo’n liedje voor de geest halen. Zoom je in op de essentie van de eerdere voorbeelden, de baan, moeder, ontmoeting dan vind je vakmanschap, zorg, interactie. Ze vereisen allemaal eindeloze oefening, verkenning, aandacht. Ze vereisen inspanning.
Als er iets is dat je uit dit essay mee zou moeten nemen, laat het dan een spelletje zijn, vergelijkbaar met van Mensvoorts oefening logo’s te spotten met natuurlijke elementen. Kijk in plaats daarvan om je heen en probeer het conceptuele te identificeren. Als je toch bezig bent, bedenk dan wat het niet-conceptuele equivalent zou kunnen zijn. Zoals Bohm zou zeggen: jouw notie van het conceptuele is waarschijnlijk anders dan die van een ander. Mocht je je observaties met aan ander willen delen, maak er dan een gezamenlijke verkenning van, een dialoog.
het concept en ruimtelijk ontwerp
Ruimtelijk ontwerpers (architecten, stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten) worden tegenwoordig geconfronteerd met een veelheid aan opgaves die geadresseerd moeten worden. In die context begint conceptueel ontwerp steeds ongemakkelijker, zelfs ongepast, aan te voelen. Een sterk concept verkoopt makkelijk maar is niet noodzakelijker wijs een goede oplossing. Dit geldt met name in Nederland, het land van ‘Dutch Design’.
In de huidige wooncrisis is coöperatief wonen een voor de hand liggende oplossing. Zie beiden een antwoord op veel hedendaagse onderwerpen zoals betaalbaarheid, duurzaamheid, mobiliteit, energietransitie, veranderende demografie en zorg. Hoewel in Nederland coöperatief wonen mogelijk was, is het praktisch verdwenen door de Woningwet uit 1901. De wet heeft ervoor gezorgd dat Nederland geen coöperatieve woontraditie heeft opgebouwd 20. Nog geen procent van de woningen in Nederland is coöperatief. In Wenen is 17,8% van de woningen coöperatief 21. In Duitse en Scandinavische landen is dan ook duidelijk wat een wooncoöperatie is, mensen hebben ze bezocht en ervaren 22. In Nederland hebben mensen echter nog steeds moeite te begrijpen wat coöperatief wonen nou eigenlijk is. Bijna niemand woont op deze manier, dus is het moeilijk om het te observeren.
Coöperatief wonen heeft een cascade aan gevolgen. Een groep mensen beslist hoe ze willen leven. De architect helpt hen om het gebouw te organiseren en is daardoor slechts een facilitator, een gids. Conceptuele architectuur past daar niet bij. Het presenteren van een ontwerp of concept, zoals Draper doet, is eveneens niet meer van toepassing. Een pitch is niet meer nodig, er hoeft geen droom verkocht te worden, er is slechts een op maat gemaakt, ruimtelijk ontwerp dat oplossingen biedt. Het ontwerpen van een wooncoöperatie vereist een zeer specifieke set vaardigheden van een architect, een set vaardigheden die moeilijk aan te leren is in een academische omgeving.
Een coöperatief ontwerp communiceren via traditionele beelden gaat ook niet. Omdat een groep beslist hoe ze willen leven, wordt de render – om een project te verkopen aan potentiële kopers of huurders – overbodig. Een afbeelding van een bestaande wooncoöperatie is bovendien niet erg nuttig. Pas door een wooncoöperatie te bezoeken en te verkennen wordt duidelijk dat de ruimtes anders zijn georganiseerd, gebruikt en onderhouden. De relatie tussen ruimtes en de subtiele dingen die daarin gebeuren, worden pas echt duidelijk tijdens een bezoek. Het is informatie die moeilijk in een afbeelding is vast te leggen is.
In landschapsarchitectuur voltrekt zich iets soortgelijks. Al eeuwenlang domineren de opvattingen van Franse en Engelse landschapsarchitectuur met grote open ruimtes en kort gemaaid gras 23 24. Dergelijke gazons zijn veel toegepast in het ontwerp van openbare ruimtes. Maar dat is aan verandering onderhevig. Landschappen die ecologie stimuleren, worden steeds vaker toegepast in de openbare ruimtes. Deze landschappen voorzien in de behoeften van doelsoorten, het onderhoudsplan wordt erop aangepast. Het keurslijf van het conceptuele ontwerp wordt verlaten ten faveure van een veel rijker ontwerp, een ontwerp in samenwerking met de natuur.
artistiek
Hundertwasserhaus, Wenen (1985)
Conceptueel
Bosco verticale, Milaan (2014)
Coöperatief
Amsterdam Vertical (2024)
Drie projecten waarbij groen en gebouw zijn gecombineerd. In de jaren ’80 combineerde kunstenaar en activist al gebouwen met groen. Het concept van Bosco Verticale wordt nu wereldwijd gekopieerd. Bij Just Vertical is het groen geselecteerd op basis van ecologische waarde en gaat het de samenwerking met de natuur aan.
een nieuw ontwerp tijdperk
In zowel architectuur als landschapsarchitectuur is coöperatief ontwerp niet het gemakkelijk te begrijpen concept dat prevaleert. Het is het op maat gemaakte ontwerp, afgestemd op de rijkdom van het leven. Dit vereist een andere benadering en mentaliteit bij het ontwerpen. Een gazon dat ecologisch wordt heringericht, kan rommelig overkomen op het conceptgerichte brein. Drapers pitch is zo sterk omdat hij het woord ‘carousel’ laadt met foto’s van zichzelf, spelend met zijn kinderen, zijn vrouw kussend en hun bruiloft. Hij toont de opdrachtgevers de rijkdom van zíjn leven. Zonder de foto’s zou de pitch niet hebben gewerkt, de carousel zou dan slechts een leeg object zijn, een projector blijven.
Coöperatief wonen, en coöperaties in bredere zin, roept ook vragen op over stedenbouw. Stedenbouw is parametrisch ontwerp; de manier waarop de parameters worden gedefinieerd moeten worden heroverwogen. Net als mensen hebben ook dieren verbindingen tussen plekken nodig. De migratiepatronen van dieren zijn verbluffend, zeker op wereldschaal 25. Wooncoöperaties hebben een zekere ruimtelijke vrijheid nodig om zichzelf te organiseren. Deze routes en coöperatieve vrijheid zullen onvermijdelijk leiden tot andere stedenbouwkundige ontwerpen en plannen.
In de kern klopt dit essay niet. Het probeert iets in woorden te vatten terwijl de boodschap is dat dit niet mogelijk is. Een contradictio in terminis wellicht, een bewijs zelfs van het tegendeel. Concepten worden gebruikt om een boodschap over te brengen. En dat ook nog eens zonder de kennis van een opgeleide filosoof, taalkundige, econoom of wetenschapper, maar slechts die van een observerende stedenbouwkundige. Hoe paradoxaal ook, het is een poging een nieuwe basis voor de stedenbouwkundige praktijk te schetsen. Of het nu de gebouwen of de ruimtes daartussen zijn, het is tijd om de rijkdom van het leven te omarmen en de biodiversiteit in beide terug te brengen, van het conceptuele naar het coöperatieve.
Ronny Chieng over gemak, een fragment uit zijn show 'Asian Comedian Destroys America' (NETFLIX)
References
- Weiner M. (2008). Mad Men ‘The Wheel’. Weiner Bros. Productions.
- Taylor, J. B. (2008, March 12). My stroke of insight [Video]. TED Talks. https://www.ted.com/talks/jill_bolte_taylor_my_stroke_of_insight
- (2010). https://radiolab.org/podcast/91725-words
- Bohm, D. (2018). Over dialoog: helder denken en communiceren.
- (2018, August 11). Marleen Stikker. https://www.vpro.nl/zomergasten/artikelen/marleen-stikker fragment David Bohm
- Yoon, C. K. (2009). Naming nature: The Clash Between Instinct and Science. W. Norton & Company.
- Ball, P. (2025). How life works: A User’s Guide to the New Biology. Picador USA.
- Mensvoort, K., & Grievink, H. (2011). Next nature. Actarbirkhauser.
- Miller, L. (2021). Why fish don’t exist: A Story of Loss, Love, and the Hidden Order of Life. Simon and Schuster.
- Raworth, K. (2018). Doughnut Economics: Seven Ways to Think Like a 21st-Century Economist. Random House Business Books.
- Kahneman, D. (2013). Thinking Fast and Slow. INGP
- Dijkgraaf, R., Venhuizen, G., Van Der Ploeg, P., & Van Toledo, R. (2026, July 3). Robbert Dijkgraaf legt quantum uit en we begrijpen er nu nog minder van. https://www.nrc.nl/nieuws/2026/06/24/robbert-dijkgraaf-legt-quantum-uit-en-we-begrijpen-er-nu-nog-minder-van-a4930959
- Robinson, K. (2006, June 27). Do schools kill creativity? [Video]. TED Talks. https://www.ted.com/talks/sir_ken_robinson_do_schools_kill_creativity
- Pont, G. (2008). Plato’s Philosophy of Dance.
- Mehrabian, A., & Ferris, S. R. (1967). Inference of attitudes from nonverbal communication in two channels. Journal of Consulting Psychology, 31(3), 248–252.
- Crowe, C. (2015). Aloha. Columbia Pictures.
- Hess, A., Assefa, H., Winters, J., Salaberry, L., Blanco, G., & Seekamp, D. (2026, September 24). Ex-Tradwives Are Rejecting the Movement
- Hawken, P. (1993). The ecology of commerce: A Declaration of Sustainability. HarperCollins Publishers.
- De Koning, P. (2025, June 10). Oud-campagnestrateeg onthult strategie in Rutte-tijdperk: ‘Om van de PVV te winnen moet je het “snelle brein” van de kiezer raken.’ https://www.nrc.nl/nieuws/2025/06/09/oud-campagnestrateeg-van-mark-rutte-populisten-zoals-wilders-maken-van-democratie-een-lege-huls-a4896251
- Lengkeek, A., & Kuenzli, P. (2022). Operatie wooncoöperatie: uit de wooncrisis door gemeenschappelijk bezit.
- European Housing Coop. (2026, September 19). Vienna, Austria – Housing cooperatives. https://www.housingcoop.eu/cities/vienna
- Kums, M. (2024). The architecture of housing Co-Ops: 15 Case Studies in De/NL.
- Boults, E., & Sullivan, C. (2010). Illustrated history of landscape design. John Wiley & Sons.
- Schoonenboom, M. (2026, August 7). Het groene gazon gold lang als statussymbool. Nu nog steeds? NRC. https://www.nrc.nl/nieuws/2026/07/28/het-groene-gazon-gold-lang-als-een-statussymbool-nu-nog-steeds-a4933172
- There and back again. (2019). https://radiolab.org/podcast/there-and-back-again
logboek
Versie 1.0.0 | 13 Oktober 2026
Dit essay is het resultaat van een gedachte dat zich heeft geëvoluurd gedurende de afgelopen zeven jaar. Het bleek nodig de gedachte in text uit te werken, aangezien het moeilijk uit te leggen was in een gesprek. Door afstand te nemen van een leven vol deadlines kon de gedachte uit kristalliseren. Het schrijven van de essay nam iets meer dan vier maanden in beslag, waarbij zinnen vaak opkwamen in een helder hoofd tijdens het hardloop rondje in de ochtend. Een tiental versies zijn eraan voorafgegaan voor de versie op deze pagina. Voorgaande versies waren onderwerp van twee filosofische sessies van elk twee uur, waarvoor veel dank aan de deelnemers. Ook een lunchdiscussie met medecreatieven van de Teilestraat was behulpzaam. De vermelde bronnen zijn daadwerkelijk gelezen, bekeken en beluisterd, met uitzondering van ‘The ecology of commerce’ van Hawken. Zijn opmerkingen inspireerden kunstenares Tracey Bush om ‘Nine wild plants’ te maken. Haar werk was te zien op de tentoonstelling ‘Flowers Forever’ in Kunsthal Rotterdam, bezocht vlak voor het schrijven van dit essay.
AI is gebruikt om de spelling en grammatica te controleren, veelal om leestekens toe te voegen en af en toe een ‘then’ in ‘than’ te veranderen. Daarnaast is AI gebruikt om bronnen dubbel te checken en als basis voor de vertaling, van Engels naar Nederlands. Daarna zijn de nodige zinnen aangepast naar meer gangbare Nederlandse woorden en uitdrukkingen.
De enigszins filosofische noties hadden tijd nodig om te landen in andermans gedachte, maar ze landden wel, wat bleek uit de eerder genoemde discussies. Het essay vormt een filosofische basis voor het idee dat een nieuwe ontwerppraktijk nodig is in stedelijke ontwikkeling, voorbij de traditionele benadering.